Zicht op de ontwikkeling van onze leerlingen


Werkwijze en ontwikkelingen
Breinstein
Ondersteuning voor en de ontwikkeling van het jonge kind
Schoolondersteuningsprofiel
 

Schoolondersteuningsprofiel


Wat is het schoolondersteuningsprofiel?


In het schoolondersteuningsprofiel omschrijft de school hoe leerlingen met een extra ondersteuningsvraag begeleid worden. En welke middelen de school hiervoor ter beschikking heeft. 
Ook het contact met de ouders hierover komt aan bod. Leerlingen met een extra ondersteuningsvraag hebben die ondersteuning nodig vanwege bijvoorbeeld een lichamelijke- of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. 
Deze school maakt onderdeel uit van Onderwijsstichting Arcade en tevens van het 
samenwerkingsverband Veld, vaart en vecht afdeling Slagharen. Klik hier voor meer informatie >> 
Hier vindt u tevens meer informatie over de werkwijze en verwijzing. 
 

Samenvatting schoolondersteuningsprofiel 


Het schoolondersteuningsprofiel ligt ter inzage op onze school. Hieronder volgt een samenvatting. 

Maatwerk begeleiding
Wij proberen elke leerling de zorg te geven die het nodig heeft. In de dagelijkse gang van zaken nemen wij ruim de tijd voor het gezamenlijk ontdekken. Veel lessen zijn interactief: met elkaar spreken, denken en onderzoeken. Al doende kan de stof op deze manier eigen gemaakt worden.
De groep houden wij zo lang mogelijk bij elkaar. Zitten blijven is niet de oplossing als het soms wat minder gaat. Een groep over slaan evenmin, al komen ze beiden voor. Aanpassen van de gestelde taken en verscheidenheid in de verwerking lijkt ons een betere oplossing. Dat aanpassen kan zowel tot uitbreiding als tot beperking van de leerstof leiden.
Regelmatig praten we over de leerlingen tijdens leerling- en groepsbesprekingen. Leerlingen die om welke reden dan ook opvallen, komen tijdens een dergelijk bespreking aan de orde.
Als de noodzaak zich voordoet wordt in gezamenlijk overleg een plan opgesteld. Leerkracht en I.B.-er werken hierbij nauw samen. Indien nodig worden extra toetsen afgenomen, observaties verricht, collegiale consultaties toegepast of vindt er een nader onderzoek plaats. Een dergelijk onderzoek kan worden afgenomen door een consulent van het IJsselgroep (voorstel; externe deskundige). Het kan gebeuren dat een kind niet langer opgevangen kan worden binnen het reguliere basisonderwijs. Via het zorgplatform en de procedure zoals vermeld in het Zorgplan, kan een verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs tot de mogelijkheden behoren.
Een andere mogelijkheid is financiële steun vanuit het samenwerkingsverband, dat extra mogelijkheden biedt voor ondersteuning op OBS Cantecleer. Om hiervoor in aanmerking te komen moet er sprake zijn van een geïndiceerd probleem.
De aanmelding van het kind op een school voor speciaal onderwijs gebeurt door de ouders, procedure is te lezen op de website van het samenwerkingsverband. Verwijzing naar hulpverlenende instanties zoals bijv. een RIAGG, behoort ook tot de mogelijkheden.

Bij alle hierboven genoemde procedures spelen de ouders een belangrijke rol. Voor elke te nemen stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd. De ouders hebben bij deze procedures het laatste woord.
De zorg voor kinderen met (zeer) speciale onderwijsbehoeften
Ouders van leerlingen met een ‘beperking’ hebben een keuzemogelijkheid: zij kunnen hun kind aanmelden bij een speciale school of op een reguliere basisschool. Het gaat hierbij om kinderen met verstandelijk, zintuiglijke of lichamelijke handicaps, om kinderen met psychiatrische problemen of ernstige leer- en gedragsproblemen en om kinderen met een meervoudige handicap of om langdurig zieke kinderen.
In het kader van Passend Onderwijs is de wetgeving op het gebied van zorg en begeleiding van leerlingen ingrijpend veranderd.

Onze school maakt onderdeel uit van het grote samenwerkingsverband Veld, Vaart en Vecht.
Als onderafdeling daarvan werken wij samen met scholen in de ‘Afdeling Slagharen’.
De zorg en de procedures zijn beschreven in allerlei zorgplannen. De plannen liggen ter inzage op school. U mag natuurlijk ook telefonisch informatie opvragen.

Bijzondere protocollen en afspraken
Interne doorstroom
De basisschool duurt in de regel 8 jaar. Dat staat zo in de wet en dat is op onze school ook het uitgangspunt. Het onderwijs op onze school is erop gericht om gedurende die 8 jaar onze leerlingen zo adequaat mogelijk te begeleiden in hun ontwikkeling, met oog voor een goede doorgaande lijn. Er zijn kinderen bij wie die ontwikkeling veel sneller gaat dan gemiddeld. Er zijn ook kinderen bij wie de ontwikkeling veel langzamer gaat dan gemiddeld of gedurende langere tijd stilstaat. Met een op maat gerichte aanpak kunnen we tegemoetkomen aan meer specifieke onderwijsbehoeften van deze kinderen. Daar wordt u als ouders ook tijdig over geïnformeerd en bij betrokken. Er kunnen zich gevallen voordoen waarbij we uiteindelijk tot de conclusie kunnen komen dat kinderen gebaat zijn met een versnelde doorstroom (een klas overslaan) of een vertraagde doorstroom (doublure/zittenblijven). Een besluit daartoe nemen we zorgvuldig en weloverwogen op grond van een aantal vaste criteria.
Tijdige inschakeling en betrokkenheid van ib-er en ouders is een voorwaarde voor de school om tot een besluit te komen. Bij de besluitvorming wordt de inbreng van de ouders meegewogen.
Uiteindelijk neemt de school de beslissing.
 
Aansluiting groep 1 naar groep 2; van groep 2 naar groep 3
Leerlingen kunnen doorstromen, wanneer ze naar het oordeel van de groepsleerkracht en IB’er
voldoen aan de criteria van de volgende groep. Hierbij kijken we naar:
-de leerlijnen van DORR;
-de leeftijd van het kind;
-de ontwikkeling van het kind voor het hier kwam;
-de mening van de ouders;
-de grootte en samenstelling van de groep.
Als wij vragen hebben over de ontwikkeling van een leerling kunnen we een beroep doen op de CC-er of de orthopedagoog van ons samenwerkingsverband. Soms is het wenselijk een uitgebreid onderzoek te doen om de ondersteuningsbehoefte van een leerling goed in kaart te brengen.

Doublure
Soms worden wij met het feit geconfronteerd dat kinderen aan het eind van het leerjaar niet het vereiste niveau bereikt hebben. Dan komt de vraag aan de orde of het voor dit kind zinvol is om het jaar nog een keer over te doen of dat het kind doorgaat met een aangepast programma of een eigen leerlijn. Er moeten dan een aantal afwegingen gemaakt worden, waarbij de opmerking geplaatst kan worden dat ieder kind anders is. Het is niet mogelijk om exact aan te geven wanneer een kind moet blijven zitten. Wel zijn hieronder een aantal overwegingen geformuleerd, die een rol spelen bij de uiteindelijke beslissing.
Het bereikte eindniveau
 Uit de Cito- en de methodegebonden toetsen kan het niveau per vak worden vastgesteld. Ook het dagelijks werk wordt bekeken en meegeteld. Een kind dat op twee of meer hoofdvakken uitvalt (IV of V bij Cito), komt in aanmerking om te blijven zitten. Belangrijk is ook of het kind qua resultaten voldoende groei vertoont.
Hoofdvakken noemen wij technisch lezen, begrijpend lezen, rekenen, taal en spelling.
 
De sociaal emotionele ontwikkeling van een kind
Hoe voelt het kind zich. Kinderen die doorlopend op de tenen moeten lopen, worden zwaar belast. Dat kan negatieve gevoelens oproepen. Het zelfvertrouwen kan beschadigd worden. Deze kinderen zijn vaak gebaat bij een extra jaar in de groep. Ze fleuren dan helemaal op en het zelfvertrouwen wordt hersteld.
Belangrijk is tevens om te kijken naar de positie van het kind in de groep.
Voelt het kind zich aangetrokken tot leeftijdsgenootjes of speelt het misschien juist liever met jongere kinderen. Voor individuele kinderen kunnen enkele instrumenten/programma’s worden gebruikt:
KanVas: vanaf groep 1 t/m 4 door de leerkracht in te vullen, vanaf groep 5 door de leerling.
Sociogram: Hoe staat het kind in de groep?
Deze gegevens kunnen worden gebruikt in overlegsituaties met ouders, externe deskundigen en het handelingsplan.
 
De leeftijd van het kind
Bij een vroege leerling zal eerder een doublure overwogen worden dan bij een late leerling. Een doublure zal meestal in groep 3 t/m 5 plaatsvinden, omdat daar de basis wordt gelegd. In groep 6 t/m 8 zal een kind in de meeste gevallen meer gebaat zijn bij een aangepast programma.
 
Wat verwachten we van het zittenblijven
Denken we dat het zinvol is? Er zijn kinderen die zich nu eenmaal wat trager ontwikkelen. Juist deze kinderen zijn gebaat bij een doublure.
Indien er sprake is van een intelligentietekort zal het hooguit een tijdelijke oplossing zijn. Deze kinderen zullen alweer snel ingehaald worden door de groep. Toch kan ook voor deze kinderen een doublure aan te bevelen zijn bijv. om een adempauze te creëren.
Soms is een doublure niet de juiste optie en kan het kind met een aangepast programma wel doorstromen. Ieder kind is uniek en zo zal dit ook bekeken moeten worden.
 
Hoe denken de ouders erover?
Belangrijk is om goed met de ouders te communiceren in geval van mogelijk doubleren. Tijdig zal er met de ouders een eerste overleg plaats vinden.
Ouders worden dan in deze gevallen uitgenodigd voor een gesprek op school, zie hiervoor het stappenplan.
Vanzelfsprekend leent ook de contactavond zich hiervoor.
Indien het niet lukt tot een gezamenlijk besluit te komen, neemt de school de eindbeslissing.
 
Versnellen
Af en toe hebben we op onze school te maken met een kind waarvan we vermoeden dat het zinvol zou zijn dit kind versneld door de basisschool te laten gaan.
Onderstaande punten bieden dan een denkkader, om het nemen van de beslissing in goede banen te leiden.
 
Het bereikte eindniveau
Met behulp van Citotoetsen, DORR en methodegebonden toetsen kunnen we bekijken hoe ver een kind in zijn of haar ontwikkeling is. Als de voorsprong groot is op meerdere gebieden (bijv. een jaar) kan er overwogen worden dit kind de mogelijkheid tot versnellen te bieden.
Voor jonge kinderen geldt dat ook goed gekeken moet worden naar de ontwikkeling van de motoriek.
De sociaal emotionele ontwikkeling van een kind
Is het kind eraan toe om in een klas met oudere kinderen te zitten. Hoe is de samenstelling van de groep waarin het kind dan komt. Heeft het al vriend(innet)jes in deze groep? Zal het kind zich thuis voelen in de nieuwe klassensituatie.
De leeftijd van het kind
Het spreekt vanzelf dat bij oudste kinderen van een groep de vraag tot versnellen eerder gesteld zal worden dan bij een jonger kind van de groep.
 
Wat verwachten we van het versnellen
Meestal zal er een aanleiding zijn, die deze vraag oproept. Het kan zijn dat het kind niet voldoende uitdaging krijgt in de huidige situatie, er kan sprake zijn van onderpresteren. In ieder geval moet de verwachting zijn, dat het kind zich zonder al te veel problemen aan zal kunnen passen in de nieuwe groep.
 
Hoe denken ouders erover
Ouders horen vanaf het begin betrokken te worden bij de besluitvorming. School en ouders zullen samen alle punten goed moeten overwegen voordat deze toch ingrijpende beslissing tot versnellen genomen wordt

Stappenplan:



Van basis- naar voortgezet onderwijs/ Plaatsingswijzer
 
Al in februari/maart moeten de ouders en kinderen van groep 8 bepalen welke school voor voortgezet onderwijs het volgende schooljaar zal worden bezocht. Om die keuze te vereenvoudigen zijn er in de loop van het jaar de volgende activiteiten:
Voorlichtingsavond voor en door het voortgezet onderwijs, de basisvorming.
De NIO-toets (intelligentie)
KanVas
Advies gesprek
Open dagen van de scholen voor voortgezet  onderwijs
·       U ontvangt info-materiaal van het rijk en de gemeente
 
Voor de verwijzing naar het voortgezet onderwijs gebruiken we sinds afgelopen schooljaar de plaatsingswijzer. In dit systeem worden de resultaten van de Cito-toetsen vanaf groep 6 ingevoerd. Er ontstaat op deze manier een duidelijk beeld van iedere leerling wat betreft de juiste keuze voor het voortgezet onderwijs. Bij het rapportgesprek vanaf midden groep 7 wordt dit instrument besproken  met ouders en kinderen.
 
Behalve de scores van CITO, spelen natuurlijk ook andere aspecten een grote rol in de advisering. Denk aan concentratie, gemotiveerdheid en zelfvertrouwen van de leerlingen.
In een gesprek (indien nodig meerdere) met de groepsleerkrachten wordt u geadviseerd over de schoolkeuze. Die keuze dient voor 1 april te zijn gemaakt. In Kloosterhaar is men van oudsher sterk georiënteerd op Hardenberg. De meeste kinderen gaan dan ook daar naar scholen voor voortgezet onderwijs:
De Nieuwe Veste
Vechtdal College
Een enkele keer gaat een kind naar een school in Almelo of Zwolle.
Ieder jaar organiseert De Nieuwe Veste voor de kinderen van groep 8 een meeloopdag. De kinderen fietsen dan samen met de leerkracht naar Hardenberg en nemen daar deel aan activiteiten.
In de laatste weken van het schooljaar worden de kinderen van groep 8 door hun nieuwe school uitgenodigd voor een kennismakingsochtend of –dag.

 

Gediplomeerde specialisten op school 

 
Specialist
Aantal dagdelen

Intern Begeleider: Sanne Koops

3
Didactisch beeldcoach:  2